Varend vanaf Uilesprong passeert u ten noorden van Tijnje de Rolbrug en vervolgens de Spaltenbrug in Terwispel. In Gorredijk bevinden zich vijf bediende bruggen, inclusief de brug bij sluis Verlaat 1. Na Gorredijk passeert u een zelf te bedienen bruggetje. Vervolgens neemt u, aan bakboordzijde, de afslag Lange Wijk. Voordat u bij sluis Lippenhuister Verlaat komt, passeert u twee kleine bruggetjes die u zelf moet bedienen. U komt vervolgens bij sluis Hemrikerverlaat. Tussen het Hemrikerverlaat en de volgende sluis, Wijnjeterperverlaat, bevindt zich ook een zelf te bedienen bruggetje. Na het Wijnjeterperverlaat passeert u een bediende brug en een zelfbedieningsbrug. Ook bij Klein Groningen, bij Petersburg en in Donkerbroek wordt de brug bediend. Tussen Donkerbroek en Sluis 3 bevindt zich een zelf te bedienen bruggetje. Bij Sluis 3 kunt u kunt twee kanten op: richting Oldeberkoop en richting Oosterwolde.

In Uilesprong bevindt zich in het landelijke Friese weidelandschap galerie en beeldentuin La Lanka.
Iets verderop, bij de molen, ligt een zelfbedieningspontje voor fietsers en wandelaars. Dit pontje is een onmisbare schakel in de natuur-, kunst- en cultuurroute in de omgeving van Nij Beets en Tijnje: Domela's Pad (bron: www.tynje.nl). De route is ongeveer 25 kilometer lang. In het gebied stroomt een oeroude beek: het Koningsdiep, ook wel Ouddiep en Boorne genoemd.
Weer iets verderop ziet u het Sudergemaal. Dit gemaal, gebouwd in 1924, is één van de eerste elektrische gemalen van Friesland. Na de vervening bleef drassig land over. Door het land te bemalen kon het in cultuur worden gebracht. Het Sudergemaal, met een capaciteit van 160.000 liter water per minuut, is daarvoor tot in 1987 gebruikt. Het gemaal wordt door museum It Damshûs beheerd als museumgemaal en galerie.
Ten noorden van de Rolbrug ligt het dorpje Nij Beets. Nij Beets is in 1863 ontstaan als turfnederzetting. Bezienswaardig is het openluchtmuseum It Damshûs. In het museumdorp zijn veel opstallen te zien die rond 1920 beeldbepalend waren voor Nij Beets. Op het landschappelijk gedeelte ziet u de verandering van het landschap als gevolg van het afgraven van het laagveen. U proeft in het museum de schrijnende armoede die in de tijd van de vervening in dit gebied heeft geheerst.
Het dorpje Tijnje ligt ten zuiden van de Rolbrug. Ook Tijnje is in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan als veendorp. In Tijnje bevindt zich het eerste Nederlandse Opelmuseum. De kerk aan de Rolbrêgedyk is in 1921 geheel uit gewapend beton opgetrokken; een merkwaardig en zeldzaam bouwwerk van monumentale waarde. Op de begraafplaats bevindt zich een klokkenstoel.
De "Vlecke Gorredijk" is ontstaan omstreeks 1630 toen een vaart werd gegraven om het veen te ontwateren en om turf per schip te kunnen afvoeren. Bij de kruising van de vaart en de weg van Assen naar Heerenveen vestigden zich ambachtslieden, neringdoenden en kooplieden. Rond 1672 werd wegens het strategisch belang en de economische betekenis van Gorredijk, als onderdeel van de Friese Waterlinie, een vesting om de toenmalige bebouwing aangelegd. In de 18e eeuw was Gorredijk een belangrijk handelscentrum.
Gorredijk is nu het bruisende winkelhart in de gemeente Opsterland. In de zomer is het bij de sluis vaak gezellig druk. Als u in het centrum van Gorredijk wandelt ziet u aan de fraaie huizen en gevels dat Gorredijk vroeger een zekere grandeur heeft gekend. Aan de Brouwerswal, de Kerkewal en in de Hoofdstraat staan nog panden uit de 18e en 19e eeuw. In Streekmuseum Opsterlân, gevestigd in een schoolgebouw uit 1888, wordt veel aandacht gegeven aan de geschiedenis van Gorredijk, waaronder de vervening, het werk van de zilversmeden en de geschiedenis van de Joodse gemeenschap. (De Joodse begraafplaats bevindt zich aan de Dwarsfeart. De synagoge is in 1953 afgebroken.) In het museum bevindt zich ook het VVV-kantoor.
Op de foto's ziet u (v.l.n.r.): het Sudergemaal tussen Uilesprong en Nij Beets, museum It Damshûs bij Nij Beets en sluis Verlaat 1 in Gorredijk
Het dorpje Terwispel, iets ten noorden van Gorredijk, wordt in 1315 Wispolia genoemd. In de omgeving van Terwispel zijn in 1863 zilveren munten uit 750 gevonden. Door de vervening in de tweede helft van de 19e eeuw steeg het aantal inwoners snel. De rond 1850 gegraven Nieuwe Vaart sneed het dorpje in twee helften. De brug, die beide helften verbindt, wordt daarom de Spaltenbrug genoemd. De kerk is in 1864 gebouwd. In de toren hangt een door Petrus Overney in 1694 gegoten klok.
Beetsterzwaag, een prachtig dorp ten noorden van Gorredijk, is ontstaan als een nederzetting waar adel en patriciaat hun buitenverblijven stichtten. In de tweede helft van de 17e eeuw stonden er al vier. Het dorpje ontwikkelde zich tot een deftig dorp voor de elite. De belangrijkste deelgenoten in de veencompagnieën van destijds, zoals bijvoorbeeld de families Fockens, Van Teijens en Lycklama à Nijeholt, woonden in Beetsterzwaag.
Mooie, statige panden zijn Fockensstate, Lyndensteyn, Lycklamahûs, Harinxmastate, het Grietenijhuis (later is daarin een kantongerecht gevestigd,) en het bekende landgoed Lauswolt. In het Lycklamahûs, met een overtuin en 19e eeuwse kassen, is thans het gemeentehuis gevestigd. Tegenover Lyndensteyn bevindt zich een door Lucas Roodbaard ontworpen overtuin. Deze fraaie tuin is vrij toegankelijk. In Huize Olterterp (bij Olterterp) is het hoofdkantoor van It Fryske Gea gevestigd. De prachtige bossen in de omgeving van Beetsterzwaag zijn vanaf het begin van de 19e eeuw aangeplant door grootgrondbezitters. In Beetsterzwaag bevindt zich een VVV-kantoor.
Lippenhuizen, een dorpje ten oosten van Gorredijk, is ontstaan in de Middeleeuwen. In het begin van de 18e eeuw is hier de vervening begonnen. De in 1743 gebouwde kerk is herbouwd in 1860. De preekstoel stamt uit de 17e eeuw. Ten noordwesten van het dorp staat een uit omstreeks 1860 stammend tolhuis. De in expressionistische stijl gebouwde watertoren stamt uit 1932. Ten noorden van Lippenhuizen bevindt zich een natuurgebied: de Lippenhuister Heide.
Het gebied Jubbega - Hoornsterzwaag is vanaf omstreeks 1200 bewoond. In de tweede helft van de 17e eeuw is hier de vervening begonnen. De turf werd via de Schoterlandse Compagnonsvaart vervoerd naar Heerenveen. Het kerkje in Hoornsterzwaag is gebouwd in 1621. Het vervenershuisje bij de "dikke beam" stamt uit 1861. De kerk bij Jubbega 3e sluis is gebouwd in 1864.
Hemrik, gelegen tussen Gorredijk en Wijnjewoude, is in de Middeleeuwen ontstaan. In oude geschriften wordt vermeld dat er in 1315 een kapelletje stond. Op de fundamenten van het middeleeuwse kerkje werd in 1739 de huidige kerk gebouwd. De witgepleisterde kerk staat op de lijst van Rijksmonumenten. In de kerk staat een preekstoel uit de 17e eeuw. Bij de kerk staat een klokkenstoel uit 1739. De klok is in 1495 gegoten door Gerardus van Wou. Het agrarische dorpje kreeg in de tweede helft van de 18e eeuw een impuls door de turfwinning. De sluiswachterswoning stamt uit ongeveer 1880. Ten noordwesten van Hemrik bevindt zich het natuurgebied Hemrikker Scharren.
Op de foto's ziet u (v.l.n.r.): huize Lyndenstein in Beetsterzwaag, het Wijnjeterperverlaat en de Duurswouder Heide
Duurswoude en Wijnjeterp zijn twee streekdorpen die in de late Middeleeuwen zijn ontstaan. In 1974 zijn ze samengevoegd tot Wijnjewoude. In het midden van de 18e eeuw is ten zuiden van het vroegere Wijnjeterp, in verband met de vervening van het gebied, de Opsterlandse Compagnonsvaart gegraven. De sluiswachterswoning bij het Wijnjeterperverlaat stamt uit ongeveer 1880. De kerk is gebouwd in 1778. De preekstoel, het doophek en de herenbank zijn in rococostijl. Naast de kerk staat een klokkenstoel met drie klokken. Ten noorden van het Wijnjeterperverlaat bevindt zich het natuurgebied Wijnjeterper Schar. Het kerkje in het vroegere Duurswoude stamt uit omstreeks 1250 en is daarmee de oudste kerk in de gemeente Opsterland. Op het kerkhof staat een zeldzaam priesterhuisje. Het orgel is omstreeks 1723 vervaardigd door Frans Caspar Schnitger. De bossen ten oosten van Wijnjewoude zijn in de tweede helft van de 19e eeuw aangelegd in opdracht van familie Lycklama à Nijheholt. Ten oosten van Wijnjewoude ligt ook het natuurgebied Duurswouder Heide, het grootste heideveld van Friesland. In dit gebied bevinden zich pingoruïnes.
Ten noordoosten van Wijnjewoude ligt Bakkeveen, nu het toeristisch hart van de gemeente Opsterland. Bakkeveen is in de late Middeleeuwen ontstaan bij de in de 13e eeuw gevestigde uithof van klooster Mariëngaarde. In de tweede helft van de 17e eeuw begon de vervening door de Drachtster Compagnie. De Bakkeveensevaart werd gegraven. In 1818 is begonnen met de bouw van de Slotplaats. In 1922 werd de boerderij verbouwd tot landhuis. Thans is het gebouw, met omliggende gebieden, eigendom van Natuurmonumenten. In het koetshuis is onder meer het VVV-kantoor gevestigd. De kerk stamt uit 1856. De uit de 19e eeuw stammende houten schaapskooi is de enige in Friesland. Bij Bakkeveen ligt een grote zandvlakte met zandverstuivingen: de Bakkeveenster Duinen. Rondom Bakkeveen liggen fraaie natuurgebieden: Landgoed De Slotplaats met het daarnaast gelegen Oude Bosch en het Mandeveld ten oosten van Bakkeveen. De Holle Weg over de iets verder naar het oosten gelegen heide bij Allardsoog, is bijzonder oud. Deze tot op de leemlaag uitgesleten weg werd ruim 12.000 jaar geleden al gebruikt.
Waskemeer en Haulerwijk, ten oosten van Wijnjewoude, zijn door de vervening vanuit Bakkeveen in de tweede helft van de 18e eeuw ontstaan. In de omgeving liggen twee natuurgebieden: het Haulerveld en het Blauwe Bos.
Donkerbroek, gelegen ten zuiden van Wijnjewoude, wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1408 over een geschil met de bisschop van Utrecht. De kerk stamt uit 1714. Bij de kerk staat een dubbele klokkenstoel. Omstreeks 1790 is de Opsterlandse Compagnonsvaart bij Donkerbroek gegraven. Langs de Herenwal staan enkele karakteristieke huisjes. Iets ten zuiden van Donkerbroek ligt Landgoed Ontwijk, met een toegankelijk wandelbos.
Op de foto's ziet u (v.l.n.r.): het oude kerkje bij Duurswoude, de Slotplaats in Bakkeveen en de afslag naar de Tjonger bij Sluis 3
Copyright © Stichting Passantenhaven Oldeberkoop